#peopleofwelcome: Zerdesht    

 september | #peopleofwelcome

#peopleofwelcome is een rubriek die de gebruikers en het team van Welcome app een gezicht geeft en hun verhaal vertelt. Voor deze editie spraken we met Zerdesht die vertelt over zijn vlucht uit Syrië, zijn plannen en zijn dromen.

Zerdesht en ik besluiten te videobellen voor dit interview. Het is tenslotte nog steeds corona-tijd en los daarvan scheelt het een hoop reistijd. Hij woont namelijk in Leeuwarden. 

We bellen via Zoom. Op mijn scherm verschijnt de 21-jarige Zerdesht. Hij is geboren in Syrië, in Afrin. Daar woonde hij tot hij moest vluchten voor het geweld tussen Turkse en Koerdische groeperingen en de dienstplicht. Zo kwam hij op 13-jarige leeftijd terecht in het zuiden van Turkije waar hij bezig was met een opleiding werktuigbouwkunde.

Ook zijn jongere broertje was op de vlucht geslagen. Die maakte in 2015 op 14-jarige leeftijd de gevaarlijke oversteek van Turkije naar Griekenland per boot. Via Zwitserland kwam hij terecht in Nederland. Daar verbleef hij drie jaar in een AZC in Drachten. Via de asielregeling konden zijn familieleden op 1 juli 2018 naar Nederland komen, waaronder Zerdesht, hun zusje, vader en zwangere moeder. Zerdesht noemt zijn broertje ‘the hero’. Hun moeder beviel in het voorjaar van 2019 van Axin, een jongetje. Tijdens het gesprek hoor ik hem op de achtergrond kraaien. 

De herenigde familie woonde nog drie maanden in het AZC voor ze een flat toegewezen kregen in Leeuwarden. Daar wonen ze nog steeds. Op mijn vraag of het huis groot genoeg is voor hen allemaal antwoordt Zerdesht: ‘Eigenlijk niet. Maar ik ben van plan om volgend jaar naar Amsterdam te verhuizen om International Business te gaan studeren aan de VU.’ Hij leert hard om de toelatingsexamens wiskunde B, geschiedenis en Engels te halen en hij hoopt in 2021 te beginnen. Dat is zijn droom. Hij kent Amsterdam al een beetje, hij volgde zaterdags en zondags namelijk cursussen via Edu4U waarvoor hij ieder weekend op en neer reisde naar Amsterdam. Zaterdagnacht sliep hij dan bij zijn tante in Den Haag: ‘Dat scheelde een hoop reistijd’. Door zijn woorden klinkt niets dan dankbaarheid. Hij wil studeren en uiteindelijk iets teruggeven aan Nederland. 

Zerdesht geeft aan dat hij Nederlandse mensen leuk vindt. Hij waardeert het erg dat Nederlandse mensen hun best doen om met hem te communiceren. ‘Als het in het Nederlands of Engels niet lukt dan doen ze het met gebaren.’ Hij sloot vriendschap met zijn begeleider, een 71-jarige man die hij wekelijks ziet en die bij hem in de buurt woont. ‘Ik hou van hem’, zegt hij. 

Zolang de Turkse groeperingen nog in Afrin zijn, gaat hij niet terug naar Syrië. Zerdesht: ‘Ik hou van Syrië. Maar het is niet veilig. In Turkije en Syrië is geen vrijheid. Het voelt als een gevangenis. Het eerste uur dat ik in Nederland was, zei ik tegen mezelf: Hier kan ik mijn droom waarmaken. Het geld dat de overheid beschikbaar maakt, moeten we goed besteden.’